![]() |
|---|
Coververhaal FD ‘Nieuwe debiteuren' FD Persoonlijk 10 november 2007 Jongere, hoger opgeleiden die het geld royaal laten rollen, zijn de ‘nieuwe debiteuren'. Voor een luxueuze levensstandaard moeten deze veelverdieners soms een hoge prijs betalen. Bij betalingsachterstanden kunnen de problemen flink oplopen. Financiële dertigerdip Volgens een recent persbericht van Nederlands incassobureau Interum Justitia blijkt dat de betalingsachterstanden fors aan het oplopen zijn bij de groep hoger opgeleiden. Bij deze ‘nieuwe debiteuren' gaat het veelal om starters op de arbeidsmarkt en jonge gezinnen die in de financiële problemen zitten. Niet omdat er maandelijks een minimuminkomen op de rekening wordt bijgeschreven – verre van dat. Niet zelden gaat het om een maandelijks gezamenlijk huishoudelijk inkomen met drie nullen. Maar als er structureel meer van de bankrekening wordt afgeschreven dan er binnenkomt door een combinatie van zowel hoge uitgaven als vaste lasten, ontkomen ook veelverdienende dertigers niet aan de simpele economische wet dat de kleur van hun bankrekening rood wordt. Of zelfs dieprood. Want wie financieel hoogt stijgt, kan hard vallen. Sterker: juist bij de groep nieuwe debiteuren, komt de financiële klap harder aan als er niet meer aan betalingsverplichtingen voldaan kan worden. Dat is geen nieuws. Als groep zijn veelverdieners net zo goed oude bekenden van hypotheekverstrekkers, incassobureaus, creditcardmaatschappijen en schuldsaneerders, alleen daalt hun gemiddelde leeftijd. Volgens de laatste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gaven de Nederlanders in 2006 samen zes miljard uit dan er binnenkwam en betaalde 53 procent van de bevolking rekeningen wel eens te laat. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid schat het aantal Nederlandse huishoudens met ‘risicovolle schulden' op 100.00 tot 150.000. Reden om de bevolking te wijzen op de risico's van onverantwoord lenen met campagnes als ‘Blijf positief'. Het exacte percentage jonger hoogopgeleiden tot 35 jaar laat zich moeilijker meten, omdat zij door hun hoge inkomen niet direct zichtbaar zijn bij de overheid. Deze groep komt niet in aanmerking komen voor schuldsanering via de sociale dienst of het maatschappelijk werk. Gabriëlla Betonville van het Nationaal nstituut voor Budgetvoorlichting (Nibud). ‘Als de schulden nog niet te hoog zijn opgelopen, is het voor deze groep vaak al genoeg om gewezen te worden op manierenom hun schulden aan te pakken. Via onze site zelfjeschuldenregelen komen de jonge, hoger opgeleiden vaak al een heel eind op weg. ‘ Op de site die sinds 2005 draait, kunnen bezoekers online een begroting maken en hun afloscapaciteit berekenen. Voor wie al in het stadium van schuldeisers is belandt, zijn er voorbeeldbrieven om betalingsregelingen af te spreken. Cijfers over de omvang van de groep hoger opgeleiden met schulden zijn ook bij het Nibud niet bekend. Wel ‘dat onze site dagelijks druk bezocht wordt', aldus Bettonville. Generatie Y De ‘nieuwe debiteuren' zijn vertegenwoordigers van de zogenaamde generatie Y, de kinderen van de babyboomers. Gewend aan directe behoeftebevrediging met een lage frustratie tolerantie. Vaak zijn ze opgegroeid bij ouders die fungeerden als een ‘in house pin-automaat'. Daarmee verschilt de geldperceptie en de betekenis ervan bij de generatie Y met die van hun ouders en gaan ze makkelijker hogere financiële verplichtingen aan. ‘Deze groep heeft een andere schuldbeleving', zegt Joep Bolweg van organisatieadviesbureau Berenschot en hoogleraar Mens, Arbeid en Organisatie aan de VU. Bolweg:‘Veel young professionals vertalen een salarisverhoging niet meer in cash, maar in een vergroting van hun leencapaciteit bij de bank. Het geld is er. Deze groep heeft maandelijks vaak een fors bedrag te besteden. Op papier staan zij dan ook garant voor hun kredietwaardigheid, waarmee bijvoorbeeld een tophypotheek te rechtvaardigen is. Zolang het economisch goed gaat en hun persoonlijke omstandigheden niet wijzigen is er in principe niets aan de hand.' Maar er hoeft maar weinig tegenwind te zijn om een financiële storm te doen waaien. Het hoeft het niet per se om dramatische zaken te gaan als ontslag, ziekte, arbeidsongeschiktheid, scheiding of overlijden van een partner. Tweeverdieners zonder kinderen schatten bijvoorbeeld de invloed van gezinsuitbreiding op hun besteedbare inkomen te laag in. Cijfers tonen aan met de komst van een kind het besteedbare inkomen gemiddeld met 8 procent daalt. Als een of beide partners daarbij ook nog eens minder gaat werken, is het voorheen haalbare en kloppende financiële plaatje compleet ontregelt. Bernhard van Tintelen (34) is zo'n typische loot van de generatie Y. De advocaat ondernemingsrecht heeft een ‘prettig salaris', maar een ‘beetje' schuld. ‘Tja, Ik wilde er een cabrio bij en een weekendje Hong Kong met mijn vriendin. Zorgen maakt hij zich niet over zijn betalingsachterstand. ‘De bovenste sport van de carrièreladder heb ik nog niet bereikt. Het beste moet nog komen, en dat zal zich ook zeker vertalen in mijn inkomen. Het komt vanzelf goed', zegt hij schijnbaar zorgeloos. ‘Die extra lening gaat om een fractie van mijn jaarsalaris.' Robijn Zandbergen (37) was jaren geleden het prototype van een big spender ‘aan niets'. De problemen kwamen op het moment dat ze het ene gat met het andere moest dichten nadat ze haar persoonlijke lening van 20.000 gulden niet meer kon aflossen. Een klassiek voorbeeld. Haar ‘PL-tje' sloot Robijn af op basis van het inkomen van haar eerste baan bij nota bene een financieel adviesbureau. Robijn (36): ‘Ik heb economie gestudeerd, dus je zou zeggen dat ik wel goed ben met cijfertjes. Maar ik was destijds vooral goed in uitgeven.' Waaraan het geld opgegaan is? ‘Ik weet het echt niet', zegt Robijn. In ieder geval aan schoenen: ‘een kast vol'. En verder? ‘Uitgaan, een hele dure bank die niet eens in de huiskamer paste, maar ook aan schijnbaar kleine dingen zoals tijdschriften, en veel kopjes koffie en wijntjes in de stad.' Robijn: ‘Als ik ergens zin in heb, doe ik het. Als ik ergens geen zin meer in heb, stop ik ermee. Dat zegt meer over mij dan over mijn generatie. Toen ik van de een op de andere dag mijn baan opgezegde, begonnen de problemen. Mijn huis had ik gekocht met het geld van de erfenis van mijn vader. Zonder inkomen had ik niets meer behalve schuldeisers.' Het schrikbeeld van het ongeopende stapeltje aanmaningen klopt, weet Robijn uit eigen ervaring. ‘Gelukkig werd ik verliefd op een ‘'gortdroge'' fiscalist. Hij werd behalve mijn partner ook mijn schuldsaneerder. Ik heb hem wel tot de laatste cent terug betaalt. Inmiddels heb ik een eigen winkel . Ik geef nog steeds graag uit, maar als het op is, is het op. Die slapeloze nachten wil ik niet meer. ‘
Winkelen tot je kasten uitpuilen met ongedragen kleding van Pauw, een villa in Bloemendaal met op de oprijlaan drie auto's met opeenvolgende nummerborden voor de deur. Een au pair voor de twee kinderen en een volslagen hulp in de huishouding. Dat was tot drie jaar geleden het leven van Franka van Bezuyen (39). Tijdens de zwangerschap van haar oudste zoon zegde ze haar baan bij een reclamebureau op. Het dubbele inkomen was niet eens meer nodig om er goed van te kunnen leven. Haar echtgenoot Peter had een bloeiend bedrijf. Het leven was verrukkelijk. Totdat Peter getroffen werd door een hersenbloeding en ze hem dood in het zwembad vond. Van Bezuyen: ‘Ik kwam er twee weken na Peters dood achter dat hij niets geregeld had, geen levensverzekering of wat dan ook. Het huis moest gedwongen verkocht worden. Achtervolgd door schuldeisers stond ik letterlijk op straat met mijn twee kinderen. Ik heb overal aangeklopt, maar geen instantie die mij kon helpen. Ik viel buiten elke regeling. Voor Peters dood heb ik er nooit bij stilgestaan dat wij zo'n luxe leven leidden. Ik vond het allemaal heel vanzelfsprekend. Inmiddels is Van Bezuylen hertrouwd. Wéér met een rijke man. ‘Niet vanwege het geld', benadrukt van Bezuylen. ‘Het is echte liefde. Ik heb als mens een hoop geleerd van die zware periode, maar ik shop er als vanouds op los in de P.C. Hoofstraat. Ik kan het niet laten.' ‘Prijskaartjes gooi ik onmiddellijk weg' Psychotherapeut en coach Annemarijn Spaans (41) heeft in haar praktijk Spaans & Steenbeek Consultancy in het centrum van Amsterdam regelmatig cliënten tegenover zich die letterlijk financieel uit de gouden bocht gevlogen zijn. Spaans: ‘De emotionele gevolgen zijn soms nog groter dan de financiële klap. Het is vaak moeilijker om je levensstijl aan te passen dan het wegwerken van de schulden. ' Om de vicieuze cirkel te doorbreken en verder financieel leed te voorkomen is creditcardbeheersing een eerste stap die moeilijk vol te houden is. ‘Vergeet niet dat een heleboel mensen zich door middel van materiële zaken een uiterlijke houvast aanschaffen waar zij hun identiteit aan ontlenen. Als dat wegvalt heb je meer dan alleen een financieel probleem.' Financiële zorgen staan dan ook hoog genoteerd in de pieker top10 van de cursus ‘ Zorgeloos Piekeren ‘die Spaans samen met haar praktijkpartner en Mathilde Steenbeek organiseert in samenwerking met Carien Karsten, psychotherapeut en onder meer auteur van het boek over koopverslaving: ‘ Shoppen, de lust, het lijden en de last' . Spaans laat het geld overigens zelf ook graag rollen.'Het is een levenswijze, bijna een filosofie. Uiteindelijk zijn diepgang en innerlijke verrijking voor mij het belangrijkste, maar dan als het even kan wel in combinatie met luxe. Binnen een kleine marge van niet- reëel zijn, is lekker spenden een beetje dromen en ook een beetje stout zijn. Heel veel verder gaat het niet. Het brengt mij niet in de problemen. Ik pot mijn geld gewoon niet op. Wat er binnenkomt, geef ik meteen uit en daar geniet ik van. Bonnetjes gooi ik trouwens wel onmiddellijk weg. Ik houd niet van ballast. Wat ik heb moet mooi en goed zijn. Dat vind ik in ook een verrijking van mijn leven. Ik hoef geen acht handtassen, maar wel één hele mooie. Daar word ik blij van en vin d ik wat anders dan ongebreideld in de stad shoppen om een interne leegte op te vullen. Daarvoor doe ik het niet. Ik trek wel een grens in mijn koopgedrag. Een paar laarzen van € 800 gaat mij te ver.' Goud gespreid bedje heeft geen matras Rudolf Janssen, estate planner bij Deloitte sluit in de toekomst ‘beteuterde gezichten' niet uit bij de generatie Y bij het opmaken van de rekening na overlijden van de ouders of familie. ‘En dan druk ik het nog zwak uit.' Sinds de wijziging van het erfrecht in 2003 zijn de wettelijk gewaarborgde aanspraken van kinderen een stuk minder geworden, en daarmee de financiële zekerheden van hun toekomst. Janssen: ‘Als je kijkt naar de substantiëlere vermogens dan zie je een opwaartse trend dat ouders hun kinderen in toenemende mate juist willen beschermen tegen geld door niet hun hele vermogen aan hen na te laten. Het gaat vaak om ‘nieuw geld'. Cliënten die met weinig begonnen zijn en de gevaren onderkennen van een groot vermogen. Janssen: ‘Voorheen speelde bij het maken van een planning bij ouders vooral de vraag ‘hoe doe ik het fiscaal zo leuk mogelijk om zo veel mogelijk aan de kinderen na te laten. Dat is aan het veranderen. Ik maak tegenwoordig veel planningen waar het erfdeel van de kinderen op verzoek van de ouders tot het absolute minimum beperkt wordt. Tja, dan blijkt het goudgespreide bedje opeens geen matras te hebben.' Janssen ziet eventuele tegenvallende erfenissen niet als een oorzaak voor betalingsproblematiek onder de erfgenamen. ‘De hoogte van een erfenis kan tegenvallen, maar technisch gezien heeft het geen consequenties voor kredietovereenkomsten die je eerder bent aangegaan. Als je bij de bank met een Quote500 wappert en zegt dat opa erin staat, is dat geen basis voor kredietverschaffing. Er zal toch echt wat tegenovermoeten staan in de vorm van bewezen inkomen.' Dat een tegenvallende erfenis niet direct leidt tot schulden,maar wel degelijk kan betekenen dat ‘de rek uit de broekriem is', heeft Bart Beerens (42) ondervonden. Zijn vader bepaalde dat de kinderen geen zak met geld, maar een niet overdraagbaar percentage van de vastgoedportefeuille van een niet-beursgenoteerd familiebedrijf zouden erven. Beerens: 'Ik smijt het geld niet over de balk. Dat past niet in onze familiecultuur. Ik heb een goede baan, maar om mijn huidige levensstandaard ook in de toekomst te kunnen continueren zijn er nu wat kunstgrepen nodig. Ik heb wel altijd geanticipeerd op een substantiële financiële buffer in de vorm van een erfenis.'
|
|